
Geiten in de herfst en winter: zo zorg je voor een droge, tochtvrije schuilplek
, door Michael van Wassem, 4 min lezen

, door Michael van Wassem, 4 min lezen
Geiten zijn gevoelig voor vocht en tocht. Dit is wat een goede schuilplek nodig heeft voor de herfst en winter.
Een geit staat niet graag in de regen. Waar een schaap met een dikke vacht een bui vaak laat overwaaien, zoekt een geit meteen een droog plekje. Dat is geen aanstellerij: geiten zijn gevoelig voor vocht en tocht. Nu de herfst begint, is het een goed moment om je schuilplek kritisch te bekijken.
Een goede geitenschuilplek is droog, tochtvrij, goed geventileerd en groot genoeg voor alle dieren tegelijk. Er ligt droog strooisel op een droge ondergrond, er is een beschutte voerplek en er is schoon water dat niet bevriest. Houd geiten altijd met minimaal twee dieren: het zijn kuddedieren.
Een open weide zonder schuilplek is voor geiten niet geschikt. Regen en wind maken de vacht nat en koud, en een vochtige stal verhoogt de kans op luchtwegklachten en klauwproblemen. Dat geldt voor schapen ook, maar geiten hebben er meer last van. Een schuilplek is dus geen luxe, maar een basisvoorziening, ook voor kleine dwerggeiten.
Wil je een schuilplek bouwen of verplaatsen? Vraag dan bij je gemeente na welke regels voor jouw erf gelden.
Een droge ondergrond is goed voor de klauwen. Verschoon natte plekken snel en houd de ligplaats droog, ook in de hoeken. Klauwverzorging blijft periodiek nodig; het is verstandig dat te leren van een ervaren houder of de dierenarts. Hulpmiddelen vind je bij klauwverzorging voor geiten.

Geiten zijn kieskeurig. Voer dat vuil of nat is, laten ze vaak liggen. Daarom is een hooirek met kap gangbaar: het houdt hooi van de grond en beperkt verspilling en vervuiling. Een hooirek voorkomt geen ziektes, maar het scheelt wel voer. Zorg voor meerdere voerplekken, want geiten hebben een rangorde en een zwakker dier kan anders weggedrukt worden.
Water moet schoon zijn en mag niet bevriezen. Controleer bij vorst dagelijks of er ijs in de drinkbak zit. In het aanbod stal & voeren voor geiten vind je voerbakken, hooirekken, liksteenhouders en drinkbakken.
Geiten hebben meer koper nodig dan schapen, en schapen zijn juist gevoelig voor te veel koper. Een mineralenmix voor geiten kan dus te veel koper bevatten voor schapen. Houd je beide soorten samen, vraag dan een voederadviseur of dierenarts om advies en geef nooit zomaar mineralen die voor een andere diersoort bedoeld zijn.
Geiten zijn nieuwsgierig, slim en goede klimmers. Ze openen sluitingen en zoeken zwakke plekken. Een verhoogd platform of een boomstam is goede verrijking, maar controleer dat ze daarmee niet over het hek kunnen komen. Een hek is nooit helemaal uitbraakvrij; stevige afrastering en veilige sluitingen verkleinen het risico. Bij schapen- en geitennetten staat de hoogte in de productgegevens.
Let op: een warmtelamp, bijvoorbeeld voor een zwak kleintje, is een brandrisico. Bevestig die veilig en buiten bereik van strooisel en dieren.
Een schuilhut kan genoeg zijn als die droog en tochtvrij is en alle geiten erin passen. In de winter is een dichtere stal vaak prettiger. Vraag bij twijfel advies aan de dierenarts of een ervaren houder.
Nee, het advies is om geiten minimaal met twee te houden. Het zijn sociale kuddedieren.
Voor registratie en identificatie gelden regels die kunnen veranderen. Kijk daarvoor bij RVO.
Geiten hebben last van vocht en tocht. Zorg daarom voor een droge, tochtvrije schuilplek met genoeg ruimte, meerdere voerplekken, een hooirek en vorstvrij water. Let op koper als je ook schapen houdt, en controleer afrastering en veiligheid. Voor gezondheidsvragen ga je naar de dierenarts.
Bronnen: Gezondheidsdienst voor Dieren, Wageningen University & Research en RVO.